Royal Academie of Fine Arts-Antwerp - banner
Al meer dan dertig jaar geniet de Belgische mode wereldwijd een uitstekende reputatie. Leerlingen van de modescholen vinden hun weg vlot naar de grote modehuizen of starten met succes hun eigen label. Tony Delcampe, directeur van La Cambre Mode, licht een tipje van de sluier van dit modesucces op.
Hoe komt het dat de Belgische mode zo'n sterke reputatie geniet?
“Sinds begin jaren negentig scheert de Belgische mode dankzij de Zes van Antwerpen hoge toppen. Intussen heeft ook een nieuwe generatie zich bewezen. De hele wereld benijdt ons om dit succes en probeert te begrijpen waarom onze mode al dertig jaar top is en blijft. Wellicht is het omdat de Belgische mode discreet is, maar tegelijk ook erg precies en effectief.”

Is dit ook de reden waarom onze twee modescholen, La Cambre en de Academie van Antwerpen, tot de top vijf van beste scholen ter wereld behoren?
“Die reputatie speelt inderdaad zeker een rol. Maar ook de opbouw van ons onderwijssysteem draagt daartoe bij. Enerzijds omdat onze scholen vanuit de overheid gesubsidieerd worden, waardoor het mogelijk is om de meest gemotiveerde en getalenteerde studenten te kiezen. En anderzijds door de opleiding van vier (Antwerpen) of vijf (La Cambre) jaar, waardoor studenten de tijd krijgen om artistiek volwassen te worden.”

Wat maakt de opleiding aan La Cambre zo sterk? Zijn het de ideeën van Henry Van de Velde die nog steeds invloed uitoefenen?
“Dat onze ateliers rond modecreatie en -ontwerp deel uitmaken van een kunstschool waar letterlijk alle creatieve disciplines aan bod komen, draagt zeker bij aan onze kracht. Bovendien werken we in zekere zin inderdaad nog steeds volgens de geest van Henry Van de Velde. Net als de andere disciplines wordt mode dus gezien als een manier om zich uit te drukken en ligt een reflectie op de hedendaagse maatschappij aan de basis van de creatie. Daarnaast beschikt ons lerarenkorps ook over uitstekende professionele kwaliteiten. Zo werken ze onder meer voor grote huizen als Balenciaga, Jean-Paul Gaultier en Ann Demeulemeester, waardoor ze met hun twee voeten in de hedendaagse realiteit van de modewereld staan.”

Wat is typisch voor de opleiding aan La Cambre?
“In onze opleiding blijft de artistieke expressie en een grondige studie van het technische vocabularium dat eigen is aan kleding, van primordiaal belang. We bestuderen de garderobe in de meest brede zin van het woord. Want innovatie en creativiteit vloeien voort uit een goede kennis van het métier en de tradities. Bovendien ontspruit mode bij onze studenten niet alleen aan hun fantasie, maar minstens evenveel aan hun handen. Daarom bekijken we ontwerpen ook altijd in 3D en niet in twee dimensies zoals in veel andere scholen. Door deze allesomvattende, vijfjarige opleiding krijgen de leerlingen een breed spectrum aan competenties en een sterke autonomie mee. Dit stelt hen in staat om in het laatste jaar een persoonlijke collectie neer te zetten en dat wordt ook in de grote huizen zeer sterk op prijs gesteld.”

Merkt u het resultaat van deze aanpak bij de afgestudeerden?
“Absoluut, want intussen is het merendeel van onze oud-leerlingen inderdaad aan de slag op sleutelposten bij grote huizen. Zo werkt Olivier Theyskens bijvoorbeeld voor Theory, Matthieu Blazy, Emilie Duval en Oriane Leclercq voor Maison Martin Margiela, Julien Dossenna voor Paco Rabanne, Nicolas Di Felice en Laurent Edmond voor Balenciaga, Sarah de Grunne en Séraphine d'Oultremont voor Kenzo en Laetitia Crahay voor de accessoires van Chanel. Anderen zoals Anthony Vaccarello, Cédric Charlier, Léa Peckre en Krjst hebben intussen met succes hun eigen merk gelanceerd.”

Wat zijn de ambities van La Cambre?
“We volharden en proberen op elk moment ons excellent niveau te behouden. Een van de grote jaarlijkse uitdagingen vormt het opzetten van het eindejaarsdefilé. Want het vormt de apotheose van het titanenwerk dat onze studenten realiseerden en het blijft ons visitekaartje voor de buitenwereld. Maar onze jury met grote persoonlijkheden uit de mode, de technische realisatie van de show en het samenstellen van de catalogus vragen een bijzonder grote financiële input, die de school of het bevoegde ministerie ons niet kunnen verzekeren. Daarom moeten we elk jaar op zoek naar middelen en naar partners die willen investeren in het creatieve potentieel van onze studenten. En dat is telkens weer een echte strijd.”

La Cambre-Mode(s) Show 14, op 6 en 7 juni in de Hallen van Schaarbeek. Tickets zijn verkrijgbaar via www.sherpa.be
Back to top