Portrait of Dieter Gussé - ©retroronde.be
Dieter Gussé ziet er niet alleen ruig uit, met zijn lange haren en zwarte bakkebaarden, hij is ook graatmager als een profwielrenner. Dat is niet te verwonderen. Deze 35-jarige technicus uit het Oost-Vlaamse Deinze fietst ongeveer 4000 km als voorbereiding op de Vlaamse klassiekers voor wielertoeristen.
Dat is op zich niet zo buitengewoon voor Vlaamse wielertoeristen. Maar het bijzondere is dat Gussé de meerderheid van die kilometers aflegt op een racefiets uit 1926. Op dit antieke exemplaar en in een wieleroutfit uit die tijd neemt hij deel aan onder andere de voor wielertoeristen georganiseerde wedstrijden Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen.
Maak kennis met Dieter, de laatste flandrien. Didier de flandrien (zie foto), zoals het publiek hem noemt, is een museumstuk op twee wielen als hij deelneemt aan de amateurversie van de Ronde van Vlaanderen. Zijn fiets is van hetzelfde type als die waarmee de Vlaamse wielrenner Lucien Buysse de Ronde van Frankrijk won in 1926. Hij draagt een wollen koerstrui, een korte broek, lederen schoenen, een oude koerspet, een stofbril en tubes rond zijn schouders. Op het 244 km lange parcours moet hij vóór elk van de 16 heuvels stoppen en zijn achterwiel omdraaien om te kunnen veranderen van versnelling. Door deze bijzonderheid doet hij 12 uur over de wedstrijd. Gussé wil hiermee de legendarische pioniers van de Vlaamse wielertraditie, de flandriens, eren. “Ik wil de verhalen van die geharde boerenzonen die op hun primitieve fietsen over wegen vol gaten reden opnieuw tot leven brengen," vertelt hij ons. “Foto's en films zijn onvoldoende om hun herinnering levend te houden."
Hoewel de winnaar van de trofee voor beste Belgische wielrenner van het jaar nog altijd een flandrien wordt genoemd, vindt Gussé dat er niet langer flandriens bestaan. “Tot de jaren 1940 betekende wielrennen overleven,” zegt hij. “Kasseistroken waren toen de goede wegen. Ik kan alleen een glimp laten zien van de omstandigheden waarin zij reden."

Beroemde fietsen

Gussé heeft zijn garage omgeturnd tot een museum vol oude en nieuwe wielermemorabilia. Zijn collectie bevat zowel een authentieke fiets uit 1903 als één die toebehoorde aan Tom Boonen. Gussé restaureert alle fietsen in hun oorspronkelijke staat. De meeste dragen de handtekening van hun vroegere eigenaars. Gussé verzamelt ook fietstruitjes en alle accessoires die hij kan vinden. De aanzet voor deze bijzondere hobby werd gegeven door zijn vader en oom, twee wielerfans. “Als kind fascineerden hun verhalen me en al vlug had ik zelf een koersfiets,” legt hij uit. Ongeveer 10 jaar geleden verdiepte hij zich in de Vlaamse wielergeschiedenis en begon hij oude fietsen te restaureren. “Het is wat uit de hand gelopen," voegt hij er glimlachend aan toe.
Gussé is zeker niet de enige met die hobby. Elk jaar in juni rijden ongeveer 900 wielertoeristen de Retroronde van Vlaanderen. Alle fietsen zijn minstens 25 jaar oud en hebben originele onderdelen. De Retroronde trekt wielrenners van over de hele wereld aan. Aan het eind van het interview vragen we Gussé of hij vindt dat hij in het verkeerde tijdperk werd geboren. “Zeker en vast,” antwoordt hij zonder aarzelen. “Mensen vragen me wel eens of ik niet met alle geweld op die primieve fiets wil zitten om op te vallen. De waarheid is dat ik zo comfortabel zit dat ik evenzeer geniet van al de trainingsritten zonder publiek. Hoewel ik blij ben dat ik mijn kennis over het wielerverleden met anderen kan delen, was het nooit mijn bedoeling om voor grote opschudding te zorgen.
Back to top