Poppies, Flanders Fields (c)Westtoer apb
In Vlaamse velden klappen rozen opentussen witte kruisjes, rij op rij, die onze plaats hier merken, wijl in ’t zwerk de leeuweriken fluiten werken, onverhoord verstomd door het gebulder op de grond.

Fietsen langs het front

Cycling a long the Front in Flanders Fields - ©Milo-Profi

In Vlaamse velden klappen rozen open
tussen witte kruisjes, rij op rij,
die onze plaats hier merken, wijl in ’t zwerk
de leeuweriken fluiten werken, onverhoord
verstomd door het gebulder op de grond. 

Tom Lanoye (2000), naar 'In Flanders Fields' van John McCrae (1915)

In 2014 is het precies 100 jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak die de Westhoek in brand zette. Er bestaan ongetwijfeld vele manieren om die Groote Oorlog te herdenken, wij deden het per fiets en trapten van Poperinge over Ieper tot in Zonnebeke. Kwestie van zo het oorlogsverleden ten volle te vatten en het al fietsend iets makkelijker te kunnen verteren. Een fietstocht die drie generaties recht in het hart zal treffen. Seppe, net geen 10, bestookt papa Bram en pépé Paul met vragen terwijl zus Madeleine, 3,5 lentes jong, onbezonnen elk kerkhof begroet.

Poperinge

Poperinge
Starten doen we op de Markt van Poperinge. Terwijl wij, de moedige meisjes, op zoek gaan naar de Dodencellen, besluiten de mannen in het gezelschap, van de kleinzoon tot de opa, dat ze geduldig op een terrasje zullen wachten. Wij wagen ons ondertussen in de kleine, beklijvende cellen. Hier beleefden tal van soldaten bange uren. Sommigen werden er slechts een nachtje opgesloten, anderen sleten hier hun laatste momenten in die dolgedraaide wereld en werden ’s anderdaags op het aanpalende plein geëxecuteerd. De Britse scholieren die op bezoek zijn en dochterlief worden er zowaar stil van.

Behoorlijk onder de indruk verenigen we ons op de Markt om daarna koers te zetten naar het vlakbij gelegen Talbot House. Daar ging en gaat het er gelukkig een stuk vrolijker aan toe. Deze ‘Every Man’s Club’ wou een thuis zijn voor die vele Engelse soldaten en hen even de oorlog laten vergeten. Rang of stand was hier dan ook niet van tel. Wie een boek wou lenen, liet zijn kepie achter als onderpand en in de nok van het dak, in ‘The Upper Room’, kon je een mis bijwonen. "This house is not only about war, but also about peace and friendship", zo vertelt het Britse stel dat ons hartelijk ontvangt. Drie weken lang zijn zij de vrijwillige gastheren van dienst, daarna worden ze afgelost door nieuwe, vaak Britse, helpende handen. Een eeuwig durende gastherenestafette die het Britse karakter van het Talbot House in de verf zet.

Libby en Ken vervullen hun rol alvast met verve. "Vier jaar geleden kwamen we hier voor het eerst, ik was toen leraar. Ondertussen ben ik Anglicaans priester en wou ik zelf een bijdrage leveren aan dit verhaal", legt Ken uit terwijl echtgenote Libby een perfect kopje thee uitschenkt. Als Ken ons kort de geschiedenis van het Talbot House uit de doeken doet, vlucht het jonge geweld naar de Engelse tuin om er verstoppertje te spelen. Wanneer we het soldatenhuis verlaten, springen we nog snel even binnen bij de bakker aan de overkant. Hier, bij bakkerij Sansen, verkopen ze Mazarinetaart, een taart met geschiedenis. Het eerste zoete exemplaar ging al meer dan anderhalve eeuw geleden over de toonbank en aan het recept werd al die tijd niet getornd. Een officieel erkend streekproduct met een stamboom.

Met een ommetje naar Lijssenthoek

©Joost Goethals
Na die lekkernij is het hoog tijd om te fietsen en we breiden onze knooppuntenroute meteen uit met een ommetje richting Lijssenthoek. Met meer dan 10.000 grafzerken de grootste hospitaalbegraafplaats van de Ieperboog. Cijfers die doen duizelen. Het nieuwe bezoekerscentrum slaagt er in om die vreselijke getallen te duiden via de interactieve schermen. Zo kun je bijvoorbeeld een kijkje nemen in persoonlijke logboeken, brieven en bezittingen van de soldaten. Zelfs het strakke pad naar het kerkhof helpt je om die aantallen te vatten. Terwijl Seppe langs dat pad naar de ingang van het kerkhof slentert, komt hij er zelf achter wat de vele streepjes op die ellenlange palenrij betekenen. En wanneer hij merkt dat net op zijn verjaardag onnoemelijk veel doden vielen, wordt hij stil. Wat later schuifelt hij respectvol door de groene gangen, onder de indruk van wat geweest is. Pépé Paul neemt hem onder zijn vleugels en stap voor stap komen ze erachter dat dit kerkhof niet alleen Belgen, Britten, Fransen,… maar ook Duitsers telt. "In de dood is iedereen gelijk", verzucht pépé Paul wijs.

Ieper

©Westtoer
Luttele kilometers verder wacht Ieper. Maar eerst moet er getrapt worden. We fietsen langs veldkapelletjes, klimmen en dalen om daarna opnieuw te klimmen en te dalen. We zijn opgelucht wanneer we eindelijk die befaamde Ieperse stadsvesten bereiken en zachtjes kunnen uitbollen. We laten de knooppunten even voor wat ze zijn, zetten ons stalen ros aan de kant en gaan te voet verder in het spoor van de 5 miljoen soldaten die de stad doorkruisten op weg naar het front. Vier jaar lang, van oktober 1914 tot oktober 1918, bevond het slagveld zich immers op luttele kilometers van het centrum. Het gevolg laat zich raden. Tegen het eind van de oorlog stond er geen huis meer recht in Ieper.

Het compleet vernieuwde In Flanders Fields Museum dompelt je via de nieuwste hightech onder in De Groote Oorlog en katapulteert je naar de tijd van toen. Niet meteen voer voor een driejarige, maar broer Seppe kijkt zijn ogen uit. Madeleine is dan weer danig onder de indruk van de Menenpoort en de namen van de 54.896 vermiste soldaten. "Zijn die ridders allemaal 'verstorven'?" Seppe trekt een pruillip. Zijn zus snapt niets van de oorlog en bovendien mag hij niet eens wachten tot The Last Post om 20u geblazen wordt. Dat ’s anderdaags de schoolbel rinkelt kan hem niets schelen. Tijd dus voor wat afleiding en die vinden we in de Pub ’t Klein Rijsel. Terwijl wij genieten van een Hommelbiertje en een koffie met ‘ne poppy dreupel’, gaan broer en zus samen piepen in het aanpalende museumpje.

Zonnebeke

©Joost Goethals
De kronkelweg naar Zonnebeke trakteert ons zowel op oorlogsrelicten als lieflijke taferelen. Nu eens duikt er een vijver op langs ons parcours, andere keren passeren we verstilde kerkhoven. Geluk en verdriet lijken in de Westhoek hand in hand te gaan. Hoewel, in het Memorial Museum Passchendaele 1917 is er van geluk weinig sprake. Dit museum werd gewijd aan de slag van Passendale. Een slag waarbij in 100 dagen 500.000 militairen verwond of gedood werden. En dat voor een terreinwinst van amper 8 kilometer. We bekijken foto’s en filmpjes en dolen even rond in een onderaardse gang compleet met hoofdkwartier, slaapvertrekken en werkposten. Boven was er niets meer, dus leefden de Britten, Australiërs, Nieuw-Zeelanders, Canadezen,… als mollen onder de grond. Wij snakken naar wat gezonde buitenlucht en breiden onze fietsroute uit met een extraatje: ‘The Road to Passchendaele’.

Deze voormalige spoorwegbedding verbindt het museum met Tyne Cot Cemetery, ons einddoel voor vandaag. Hét moment waar Seppe al de hele dag naar uitkijkt, want hij kwam hier vorig jaar nog op schoolreis en kan ons dus perfect rondleiden. Iets wat hij met verve doet. In het strakke bezoekerscentrum troont Seppe ons mee naar het panoramische vergezicht dat het slagveld toont zoals de Duitsers het op die befaamde 4 oktober 1917 zagen. Wat verder wachten luchtfoto’s die klein en groot kippenvel bezorgen. Links Passendale voor de slag, rechts na de slag. Wat restte is een woestenij waar geen steen meer recht stond. Veel tijd om daar over te mijmeren is er niet, de kroost loopt al de deur uit om deze grootste Britse militaire begraafplaats op het Europese vasteland met eigen ogen te zien. De zon schijnt en we nemen onze tijd om tussen de graven rond te dolen. Achter ons een indrukwekkende muur waarin de namen van maar liefst 35.000 vermiste soldaten gebeiteld werden. Een beeld dat niemand onbewogen laat.
Back to top