history of Belgian Beer - old picture of brewery

Het is de combinatie van een eeuwenlange biertraditie en de passie van de brouwers van tegenwoordig in hun zoektocht naar het perfecte bier die België de thuisbasis maakt van uitzonderlijke bieren, uniek in karakter en geproduceerd met een innovatieve kennis van het brouwen. Het is dan ook geen verrassing dat de Belgische brouwers regelmatig de show stelen bij grote internationale bierwedstrijden.

Het brouwen van bier gaat terug tot de vroegste beschavingen en ontstond in Mesopotamië in 9000 voor Christus. Via Egypte en het Romeinse rijk komt het bier tot bij de Galliërs. Bier brouwen was aanvankelijk een huishoudelijke taak voor vrouwen.

The art of brewing beer is as old as civilisation itself and originated in Mesopotamia in 9000 BC. Over time, beer found its way to Gaul via Egypt and the Roman Empire and because beer brewing was, initially, a household task, the very first brewers were women.

In the Middle Ages, abbeys became centres of knowledge about agriculture, livestock and certain crafts, including brewing beer, and monks were allowed to drink limited amounts of their regional beverage because the quality of the drinking water was so unsanitary. In southern Europe the daily drink was wine, so the monks living there concentrated on growing grapes and winemaking, but because our region’s climate did not favour the production of wine, the locals turned to beer brewing instead. So, thanks to the monks, beer brewing devolved from a domestic activity into a true, artisanal craft.

It was during the Middle Ages that beers were flavoured for the first time with a herbal mixture called “gruit”. Brewers had to purchase this mixture from the “gruithuis” (see the Gruuthuuse in Bruges) but the abbeys were exempt from this obligation and switched to hops because it helped preserve the beer, giving it a longer shelf life. In the 11th century the Benedictine Abbey of Affligem played an important role in the introduction of hop-growing in Flanders.

In 1364, Emperor Charles IV enacted the “Novus Modus Fermentandi Cerevisiam” decree, seeking to improve the quality of beer with his ’new’ brewing  method that required  brewers to use hops. This decree had to be followed throughout the Holy Roman Empire and the German Nation to which Brabant and Imperial Flanders (Rijks-Vlaanderen), the region to the east of the Scheldt, belonged.  However, in Flanders, the region to the west of the Scheldt, the right to use gruit was uphheld, and, as a result of this division, Belgian beer culture diversified.  Brewers in Imperial Flanders and Brabant brewed hopped beers, which kept for longer, while the gruit beers continued to be brewed in Flanders where brewers acidified their beer to help preserve it. This led to the development of red-brown beers.

- See more at: http://www.visitflanders.co.uk/discover/flanders/belgian-beer/history-of-belgian-beer/index.jsp#sthash.9igLqcxo.dpuf

Abdijen en monniken

In de middeleeuwen ontpopten abdijen zich tot kenniscentra voor landbouw, veeteelt en ambachten, waaronder het brouwen. Omdat de waterkwaliteit zo slecht was, mochten de monniken in beperkte mate de drank van de streek nuttigen. In Zuid-Europa was dat wijn en focusten monniken onder meer op druiventeelt en wijnbouw. In onze regio’s was het klimaat daarvoor niet geschikt en koos men voor het brouwen van bier. Dankzij de monniken evolueerde bier van een huishoudelijke naar een ambachtelijke activiteit.

Gruit en hop

In de middeleeuwen wordt voor het eerst een kruidenmengsel (‘gruit’) gebruikt in het brouwproces. Brouwers moesten gruit aankopen in het gruithuis (cfr. Gruuthuuse in Brugge). Abdijen waren hiervan vrijgesteld doch zij schakelden over op hop omdat die het bier langer houdbaar maakte. De Benedictijnenabdij van Affligem speelde in de elfde eeuw een belangrijke rol in de invoering van de hopteelt in Vlaanderen.

In 1364 vaardigt keizer Karel IV de ‘Novus Modus Fermentandi Cerevisiam’ uit. Met zijn ‘nieuwe methode om bier te brouwen’ beoogt hij een kwaliteitsverbetering en verplicht hij brouwers om hop te gebruiken. De verplichting gold in het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natiën waartoe Brabant en Rijks-Vlaanderen (regio ten Oosten van de Schelde) behoorden. In Vlaanderen (regio ten Westen van de Schelde) bleef het gruitrecht bestaan. Door deze opdeling diversifieerde de Belgische biercultuur. In Rijks-Vlaanderen en Brabant ontstonden gehopte bieren die langer bewaarden. In Vlaanderen handhaafden de kruidige bieren zich en koos men voor verzuring als bewaarmethode; zo ontwikkelden zich de roodbruine bieren.

Abdijen waren vrijgesteld van de verplichting om 'gruit' te kopen en schakelden over naar hop waardoor het bier een langere houdbaarheidsperiode behield. In de 11e eeuw speelde de Benedictijnse abdij van Affligem een belangrijke rol bij de invoering van hop in Vlaanderen.

Meer kwaliteit en export

In de zestiende en zeventiende eeuw worden steeds meer voorschriften opgesteld om goed bier te brouwen. In Duitsland bepaalt het Reinheitsgebot (1516) dat bier uitsluitend op basis van gerst, hop en water mag worden gebrouwen. In het Vlaams-Brabantse Halle vermeldt een stadsrekening uit 1559 het beslag om lambiek te brouwen. Vanaf de zeventiende eeuw ontstaan streekbieren zoals Antwerps gerstenbier, Leuvense witte, Oudenaards en Diesters bruin of Lierse ‘caves’. Stilaan komt een bescheiden ‘export’ buiten de eigen regio op gang.


Einde achttiende eeuw wordt een einde gemaakt aan de voorrechten van de abdijen. Keizer Jozef II schaft in 1783 de abdijen af omdat zij de brouwerijen benadeelden. Tijdens de Franse revolutie worden heel wat abdijen met bijhorende brouwerijen vernield.

De 19e eeuw betekent een nieuwe etappe in de biergeschiedenis met de doorbraak van het Tsjechische pilsbier (1839). Dit bier was een verrijking in vergelijking met de troebele, donkere (streek-)bieren. Tijdens de industriële revolutie krijgen wetenschappers meer inzicht in het brouwproces en de gistcultuur in het algemeen.

Brouwen in tijden van oorlog

De Eerste Wereldoorlog vormt de doodsteek voor heel wat Belgische brouwerijen. Koperen ketels, materiaal en wagenpark worden opgeëist door de Duitse troepen. Van de zowat 3.200 brouwerijen blijft na de Eerste Wereldoorlog amper de helft over. Brouwerijen die moeizaam heropstarten, krijgen tijdens de economische crisis van de dertiger jaren en de Tweede Wereldoorlog een nieuwe, zware klap. In 1946 blijven er 775 brouwerijen over.
In de daaropvolgende decennia verdwijnen steeds meer kleine brouwerijen door de concurrentiestrijd en de hoge investeringskosten voor nieuwe installaties. Grote brouwerijen consolideren hun thuismarkt door overnames.

Speciaalbieren

Geïnspireerd door de Flower Power-beweging einde jaren zestig worden de Belgische speciaalbieren herontdekt. Uiteindelijk is het wachten tot de Britse biergoeroe Michael Jackson (1942-2007) de Belgische bieren in 1977 op de wereldkaart zet. Dit leidt in de daaropvolgende decennia voor een mondiale erkenning van de Belgische biercultuur.
Tussen 1985 en 2000 voltrekt zich een concentratiebeweging onder de grote en middelgrote brouwerijen. Gelijktijdig duiken er overal kleine, lokale brouwerijtjes op, die grotendeels exportgericht brouwen en dat al dan niet op vraag van buitenlandse invoerders die op zoek zijn naar unieke Belgische speciaalbieren.

Sinds de eeuwwisseling groeit de belangstelling voor authentieke speciaalbieren. Tegenover de meest bekende en populaire biermerken, die intensief worden ondersteund door marketing en publiciteit, staan trappistenbieren – die van langsom meer exclusief worden door de gehanteerde productiebeperking – en karaktervolle speciaalbieren van lokale en familiale brouwerijen. De trend werd voor het eerst waargenomen bij de lambiekbieren, maar zet zich door bij de Vlaamse roodbruine bieren, de bruine bieren en de sterk blonde, goed gehopte bieren. 

De laatste jaren komen er steeds meer hobbybrouwers naar buiten met hun bieren. Op kleine schaal worden die rechtstreeks of in een lokale horeca-zaak verkocht.

Back to top