Bruegel statue

Twee vroege bronnen suggereren dat Bruegel waarschijnlijk geboren werd tussen 1525 en 1530. Ze vermelden immers dat hij in 1551 een vrije meester werd in de Sint-Lucasgilde in Antwerpen. In werkelijkheid weten we maar weinig met zekerheid over zijn leven. Daardoor blijft hij een raadselachtig figuur. Bruegel was duidelijk gefascineerd door de natuur, mensheid en humor. Hij was het soort kunstenaar dat niet in één hokje past. 

Pieter Bruegel de Oude - ca. 1565 (zelfportret)

Nadat hij in zijn prille levensjaren in de schaduw had geleefd, trad hij voor het voetlicht toen hij zich in Antwerpen vestigde, waar indertijd de Europese wetenschap en kunst opnieuw tot volle bloei kwamen. Hier leerde hij het vak van schilder en prentenmaker voordat hij toetrad tot de Sint-Lucasgilde, een vereniging van meesters wiens illustere namen lezen als een ‘Who’s Who’ van de Vlaamse schilderkunst: Peter Paul Rubens, Hans Memling en Bruegel's twee zonen, Pieter Brueghel de Jonge en Jan Brueghel.

Na een kort intermezzo in Italië, verhuisde Bruegel uiteindelijk naar Brussel. De stad was een draaischijf voor kunstenaars en de nieuwe stadsadel. Daar bleef hij het ene na het andere meesterwerk creëren in zijn iconische stijl: krachtig, authentiek en toch sterk symbolisch, diep geworteld in lokale tradities, maar altijd met een universele betekenis en reikwijdte, en altijd populair ondanks Bruegels iconoclasme met een knipoog, dat vaak doet denken aan Jheronimus Bosch.

Winterlandschap met schaatsers en een vogelknip in het Koninklijk Museum van Schone Kunsten in Brussel is een perfect voorbeeld van Bruegel's meesterlijke talent, en loont de moeite om van dichtbij te bekijken. Het schilderij is een voorbode van de nakende Tachtigjarige Oorlog die de Lage Landen zou verscheuren en die de samenleving die Breugel zo gretig observeerde voorgoed zou veranderen.

Bruegel stierf in 1569 en werd begraven in de kerk waarin hij ook trouwde, de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Kapellekerk, in de buurt van de Zavel in Brussel. Zijn beide zonen, Pieter (de Jonge) en Jan (de Oude), respectievelijk geboren in 1564 en 1568, werden zelf ook beroemde kunstenaars.

Back to top