Brugge

door Bart Van Loo, auteur van De Bourgondiërs

Brugge

Groeningemuseum (c) Jan D'Hondt

1. Groeningemuseum

Hier moeten we zijn, want, kijk, daar hangt hij: Filips de Goede***, een portret naar een origineel van Rogier van der Weyden uit de tweede helft van de15e eeuw. Filips was de eenmaker van de Lage Landen, de Bourgondische hertog die het schaakspel in onze contreien won door te spelen met de stukken die zijn grootvader Filips de Stoute uit de brand had gesleept. Filips de Goede maakte werk van de eenmaking, stichtte de fameuze orde van het Gulden Vlies - duidelijk zichtbaar op dit portret - en nam Jan van Eyck als hofschilder in dienst. Van diezelfde Van Eyck bezit het Groeningemuseum een van de absolute topstukken. Zelfs wij, die na meerdere eeuwen van realistische kunst een en ander gewoon zijn, kijken nog betoverd naar zijn technisch vernuft. Is het niet wonderlijk dat dokters aan de hand van de Madonna met kanunnik Joris van der Paele (1436) erin slagen om aderverkalking te diagnosticeren bij de geestelijke? 

Bruges Gerard David, The judgment of Cambyses (c) Groeningemuseum Bruges

Ga vervolgens zeker ook op zoek naar het meesterwerk van Hugo van der Goes, die vaak werkte in opdracht van Karel de Stoute. Terwijl Magere Hein over zijn schouders meekeek – al zijn er ook specialisten die denken dat hij het eerder schilderde - boog Van der Goes zich over de Dood van Maria (1470-1472) zoals dat in de apocriefe evangeliën werd geschreven. Een blauw gewaad, een witte kap en een bleek gelaat. Zo ligt de Moeder Gods bij hem op een bed, omringd door diepbedroefde apostelen. Geen pracht en praal, alleen maar droefenis om de ondergang van wat ooit groots was, met Maria geschilderd in opvallend matte tinten. Sta je bij Van Eyck innerlijk te kraaien van bewondering dan past hier alleen maar ingetogen stilte. Wel nog even geduld, het werk is omwille van een langdurige restauratie niet te zien voor 2022.

Maar niet getreurd, want er hangt er nog een topwerk uit de vijftiende eeuw – ja, we bevinden ons alweer in een indrukwekkend Vlaams museum - In 1484, twee jaar na de dood van Maria van Bourgondië, schilderde Hans Memling de Moreel-triptiek, zo geheten naar opdrachtgever Willem Moreel, een belangrijk politicus en grootgrondbezitter uit Brugge. Hij staat op het buitenpaneel (links) afgebeeld, een ferm staaltje van portretkunst, kijk zeker ook naar de gezichten van de andere figuren, de drie heiligen in het midden of Moreels vrouw Barbara van Vlaenderbergh op het andere zijpaneel. Vergeet tot slot niet om Het oordeel van Cambyses te bekijken, een wonderlijk tweeluik van Gerard David waarop een corrupte rechter levend wordt gevild. Met dit fascinerende werk uit 1498 kun je je reis door de vijftiende eeuw afsluiten. 

*** Pas weer in Brugge vanaf 19 juli (ervoor te bezichtigen in de Van Eyck-tentoonstelling in Gent, die omwille van de Corona-crisis misschien nog langer zal lopen)

© BVL

Dijver 12, Brugge
Ma gesloten, Di 9u30-17u
Betalend
www.museabrugge.be

Brugge

2. Grote Markt (Belfort + Craenenburg)

Dankzij innovatie op gebied van de lakenindustrie (met Gent als belangrijkste centrum) en een bloeiende handel (met Brugge als kloppend hart) groeide het graafschap Vlaanderen in de dertiende eeuw uit tot het Silicon Valley van zijn tijd. De Bruggelingen schaamden zich niet voor hun rijkdom. Rond 1240 verbaasde de stad met een imponerend belfort, dat boven de overdekte markthallen uittorende. In deze versterkte wachttoren hing de stormklok die beierde bij noodtoestanden en festiviteiten. Tegelijk was het ook de plek waar de oorkonden werden bewaard. Dergelijke monumentale gebouwen waren het initiatief van de stadsbesturen die voornamelijk bestonden uit gefortuneerde patriciërs, handelaars en ondernemers. Stilaan werden steden zo losgeweekt van de invloed van graven en koningen. Vandaag is het belfort nog altijd een getuige van de laatmiddeleeuwse bloei van de Vlaamse steden.

Brugge

Op dezelfde Grote Markt staat vandaag ook nog een ander gebouw dat aan die trotse stedelingen van weleer herinnert: het huis Craenenburg. Het valt amper te bevatten, maar in 1488 namen de dappere Bruggelingen hun landvoogd Maximiliaan van Oostenrijk - die zes jaar eerder zijn eega Maria van Bourgondië smartelijk had verloren - simpelweg gevangen en sloten hem hier op. Een spannende episode die onze gewesten in een burgeroorlog stortte waar Maximiliaan uiteindelijk zijn gram zou halen. In het gelijknamige restaurant Craenenburg dat nog steeds het oude dakgebinte en kelder van weleer heeft, eten toeristen tegenwoordig stoofvlees bereid met het welgekozen bier Bourgogne des Flandres. 

© BVL

Grote Markt Brugge
Belfort Ma-Zo 9u30-18u, betalend
www.visitbruges.be

Stadhuis - Bruges (c) Sarah Bauwens

3. Stadhuis

In januari 1464 werd de allereerste Staten-Generaal van de Nederlanden bij elkaar geroepen, en wel hier: in het stadhuis van Brugge. Daar troffen hertog Filips de Goede en de afgevaardigden van de drie standen elkaar om uit te klaren hoe onze contreien bestuurd moesten worden als de hertog op kruistocht zou vertrekken. Nu Constantinopel sinds 1453 in handen was gevallen van de moslims, wilde Filips maar wat graag die ketters verjagen. 

Het is een symbolische gebeurtenis van formaat: hierachter schuilen de inspanningen die de hertogen zich in de voorbije eeuw hadden getroost om zoveel mogelijk van onze gewesten onder hun gezag te brengen. Dat ging gepaard met diplomatieke en militaire doortastendheid van hun kant, maar net zo goed met toeval en geluk. Het had wellicht anders kunnen lopen, maar dat geldt voor de meeste evoluties in de geschiedenis. We kunnen er hoe dan ook niet naast zien dat er in de loop van de vijftiende eeuw door toedoen van de Bourgondische hertogen een nieuwe staatkundige eenheid ontstond tussen Frankrijk en het Heilige Rooms Rijk: de Lage Landen. 

Toen de afgevaardigden hier in de winterkou van 1464 aankwamen, zagen zij exact hetzelfde als wat wij nu zien: het prachtige gotische stadhuis van Brugge stond er immers als sinds 1400. De nisbeelden van de façade hadden toen wellicht nog niets van hun kleurenpracht verloren. Ze waren gepolychromeerd door niemand minder dan Jan van Eyck. 

Koop in de benedenhal zeker een ticket voor de zogeheten ‘gotische zaal’, al is die in werkelijkheid pas na een brand op het einde van de negentiende eeuw tot stand gekomen. Ze is rijkelijk versierd met muurschilderingen waarop je o.a. Filips de Goede kunt zien als stichter van het Gulden Vlies en Jan van Eyck die aan het werk is in zijn atelier. 

© BVL 

Burg 12, Brugge
Dagelijks 9.30 – 17u
Betalend
www.visitbruges.be

Bladelin @ StadBrugge

4. Hof Bladelin

Een zekere Pieter de Leestmaker, ook wel Bladelin genoemd, maakte in de jaren 1436-1438 indruk op hertog Filips de Goede. Deze koopmanszoon, die zich had omgeschoold tot financieel expert, spande zich erg in om een uit de hand gelopen conflict tussen Brugge en de hertog op te lossen. Dat viel in de smaak en weldra benoemde Filips hem tot de eerste gouverneur-generaal van Financiën. Die functie legde Bladelin geen windeieren. Rond 1440 liet hij een somptueus paleis optrekken dat je heden ten dage nog altijd kunt bewonderen in de Brugse Naaldenstraat. Later in 1472 zou Tommaso Portinari, de Italiaanse geldschieter van Karel de Stoute zich hier vestigen. 

Als het je lukt om de binnentuin te betreden, kun je alleen maar denken aan deze historische figuren die in de vijftiende eeuw het schone weer maakten in Brugge, en hier vaak moeten hebben staan dromen. Bladelin die er zo naar verlangde een nieuwe stad te stichten (en dat ook deed: het Vlaamse Middelburg) en Portinari die net als Joos Vijd van de eeuwigheid droomde. Bij Vijd leverde dat het Lam Gods op, Portinari vroeg aan Van der Goes een triptiek te maken die - de Italiaan mag op zijn twee oren slapen daar aan de Overzijde - vandaag naar hem wordt genoemd. Als je blik langs de gotische toren naar boven klimt, is het niet moeilijk om aan hun naar de hemel reikende ambities te denken. Bemerk ook de stenen medaillonportretten van Portinari’s werkgever Lorenzo de’ Medici en zijn eega, die wel eens als de eerste renaissance-kunstwerken uit Brugge worden beschouwd. Mocht je de kans krijgen om het pand ook van binnenuit te bekijken, zoek dan zeker naar aangebrachte wapenschilden van Filips de Goede en Isabella van Portugal. 

© BVL 

Naaldenstraat 19, Brugge
Niet toegankelijk
www.visitbruges.be

Brouwerij (c) Bourgogne des Flandres

5. Brouwerij Bourgogne des Flandres

Pierre-Jacques van Houtryve kreeg in 1825 de toelating om bier te brouwen in Brugge. Brouwerij Den Os was geboren. In 1911 kwam daar vervolgens het paradepaartje van het huis ter wereld: een Vlaams bruin bier dat luisterde naar de naam Bourgogne des Flandres. Met de komst van de pilsbieren uit Duitsland bleek het moeilijk om te overleven met de verkoop van speciaalbieren. De boeken gingen toe, maar de familie bewaarde zorgvuldig het recept en in 1985 gaf Michel van Houtryve aan Brouwerij Timmermans in Itterbeek de toestemming om de Bourgogne des Flandres uit zijn schoonheidsslaap te wekken. Het was wachten tot 2015 wanneer op amper 50 meter van de oude brouwerij een nieuwe microbrouwerij in de Kartuizerinnenstraat verrees. Sindsdien is de Bourgogne des Flandres opnieuw thuisgekomen in Brugge. De oude naam werd destijds goed gekozen: het verwijst naar de Bourgondische tijd, de gewichtige rol van Brugge en het belang van het Frans in het Dietstalige Vlaanderen van de hertogen.
© BVL / MEER

Kartuizerinnenstraat 6, Brugge
Di-Zo 10u30-18u
Betalend
www.bourgognedesflandres.be

Gruuthuse Bruges © Stad Brugge-(c) cel fotografie Stad Brugge

6. Gruuthusemuseum

Lodewijk van Gruuthuse begon zijn carrière als schildknaap-wijnschenker van Filips de Goede, en zou uitgroeien tot een vertrouweling van de hertog. Hij vocht als ridder aan zijn zijde bij de slag van Gavere in 1453 waar de Gentenaren in het stof beten, en was als stadhouder van Holland ook een van de belangrijkste raadsheren van Filips’ opvolger Karel de Stoute, later ook van diens dochter Maria. Gruuthuse was kortom een van de belangrijkste figuren uit het Bourgondische tijdperk. 

Hij stamde uit een familie die fortuin had gemaakt met het verhandelen van gruut (gruit), lange tijd een essentieel ingrediënt om bier mee te maken. Het stelde zijn grootvader in staat om begin vijftiende eeuw in Brugge een huse te bouwen om u tegen te zeggen, het stadspaleis op de Brugse Dijver dat bij toeristen steevast de mond doet openvallen. Lodewijk zou het familiekapitaal gebruiken om de bidkapel te bouwen die het gebouw verbond met de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Maar het was vooral in de samenstelling van een indrukwekkende manuscriptencollectie dat hij zijn duiten pompte. Zijn postume faam zou er wel bij varen. Het is een opwekkende gedachte dat we zonder de Vlaamse bierconsumptie en de Bourgondische drang naar schoonheid het Egidius-gedicht wellicht niet hadden gekend. 

In dit pas gerenoveerde paleis, nu een museum, komt de hele Brugse geschiedenis tot leven. Beginnen doe je in de rijke Bourgondische periode. Verdiep je in de handschriften uit deze tijd. Begroet Lodewijk die je in de erezaal verwelkomt als de heer des huizes – wat een aandoenlijk portret! En voel hoe je in de bidkapel uit 1472 in één flits terugreist naar de tijd van de hertogen en zijn steden. 

© BVL 

Dijver 17, Brugge
Di-Zo 9u30-17u
Betalend
www.museabrugge.be

Sint-Salvatorskathedraal (c) Jan D'Hondt

7. Sint-Salvatorskathedraal

Bij het bestuderen van het werk van onze grote middeleeuwse meesters stuiten we op het onderscheid tussen ambacht en kunst, tenminste als we met eenentwintigste-eeuwse ogen kijken. Het voor die tijd specifieke sierwerk lijkt ons minderwaardig vergeleken met het vervaardigen van portretten of triptieken, maar zo zagen de tijdgenoten van Filips de Goede dat niet. De stad Brugge zou uiteraard niet de grote Van Eyck gevraagd hebben om de nisbeelden in de façade van het stadhuis te beschilderen als het om een banaal werkje ging. Elke bezoeker van de Brugse Sint-Salvatorskathedraal zal het trouwens toegeven: het Gulden-Vliesblazoen dat Pieter Coustens in 1478 maakte voor Antoon van Bourgondië - bastaardzoon van Filips de Goede - is een waar kunststukje. Deze Coustens schilderde tot honderden wapenborden per jaar. Het waren zonder meer de grootste kunstenaars van hun tijd die deze in onze ogen louter decoratieve prestaties voor hun rekening namen. 

Tijdreizigers die hun oog willen laten vallen op meer werken uit de vijftiende eeuw, en dan niet zozeer op decoratieve panelen, maar wat wij dan échte kunstwerken zouden noemen, kunnen in de museum-schatkamer van de Sint-Salvatorskathedraal terecht voor de Marteling van de Heilige Hippolytus. Vermoedelijk vervolledigde Hugo van der Goes deze door Dirk Bouts begonnen, maar niet afgewerkte triptiek.

© BVL 

Steenstraat Brugge
Alle dagen open, wisselende openingsuren
Vrije toegang
www.visitbruges.be

Sint-Salvatorskathedraal (c) Jan D'Hondt

8. Sint-Janshospitaal

Dit is een verplichte halte op je reis door het middeleeuwse Brugge: in dit eeuwenoude hospitaal - opgericht rond 1150 - heeft men sinds enkele decennia een museum ondergebracht. Je leert hier over de ziekenzorg uit vervlogen tijden, maar tegelijk hangen hier een aantal niet te missen meesterwerken van Hans Memling. 

In de middeleeuwen was de aanwezigheid van een priester veel vanzelfsprekender dan die van een arts. Her en der stelde men kleine altaren op waar een geneesheilige werd vereerd. Bekend is de heilige Rochus, sacraal aanspreekpunt in het geval van de pest. Of de heilige Apollonia die werd aanroepen in het geval van tandpijn. Maar je aandacht bij je bezoek zal vooral opgeëist worden door de Heilige Ursula waar men zich toe richtte om een goede dood af te smaken - daar was zij zelf helaas van verstoken gebleven. 

Zo komen we weer bij Memling. In 1489 maakte hij voor het Sint-Janshospitaal zijn beroemde Ursulaschrijn. Op het zesde paneel schilderde hij de marteldood van Ursula. Zoals de legende het wil, werd zij als katholieke martelares omgebracht door Attila omdat ze weigerde met de goddeloze Hun te trouwen. Op de banier die achteraan in de wind wappert, ontwaart de oplettende kijker de vleugel van een zwarte adelaar, een duidelijke knipoog naar het wapenschild van het Heilige Roomse Rijk. Dit kleine detail suggereert dat landvoogd Maximiliaan van Oostenrijk ook in de ogen van Memling een doortrapte heerser was, minstens de evenknie van de bloeddorstige Attila. Met enkele penseelstreken liet hij de ondergang van Brugge en het failliet van Vlaanderen weerspiegelen in de marteldood van de Heilige Ursula.

© BVL 

Mariastraat 38, Brugge
Di-Zo 9u30 tot 17u
Betalend
www.museabrugge.be

Onze-Lieve-Vrouwekerk (c) Sarah Bauwens

9. Onze-Lieve-Vrouwekerk

Karel V, koning van Spanje, keizer van het Heilige Roomse Rijk, vorst van de Nederlanden, de man die we om meerdere redenen kunnen beschouwen als de laatste Bourgondiër, heeft zich met overgave ingezet in om de resten van zijn betreurde overgrootvader Karel de Stoute uit Nancy over te brengen naar Brugge. Het was al geleden van januari 1477 dat de hertog daar tijdens een veldslag was omgekomen in de sneeuw, maar in 1550 slaagde zijn beroemde achterkleinzoon eindelijk in zijn opzet. 

Drie jaar later werden de resten in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Brugge verenigd met de overblijfselen van zijn grootmoeder Maria van Bourgondië, die in Brugge haar laatste adem uitblies. Eindelijk lagen vader en dochter vredig naast elkaar, hier pal naast het Gruuthuusemuseum, in dit unieke helemaal uit baksteen opgetrokken godshuis, met een toren die boven alles uitsteekt in Brugge, het naar verluidt op een na hoogste bakstenen gebouw ter wereld. Eerst kregen de vaderlijke resten nog een plek in het graf van dochter Maria, maar vanaf 1562 had Karel zijn eigen praalzerk.

Dat er bij het vergulden van de bronzen monumenten giftige dampen vrijkwamen die het leven kostten aan meerdere ambachtslui zijn we vergeten, dat de beenderresten van Karel in de loop der tijden verloren geraakten evenzeer, hier mijmeren we alleen over de ineenstorting van het Bourgondische rijk. Voor de oorsprong ervan moeten we dan weer naar Dijon, waar de pleurants van Klaas Sluter de wacht houden bij stamvader Filips de Stoute en zijn zoon Jan zonder Vrees — de ironie van het lot wil dat Filips de Goede, de enige echte groothertog van het Westen, het zonder praalgraf moet stellen. 

PS
Het praalgraf van Maria is gemaakt naar een ontwerp van Jan Borreman. Renier van Thienen nam de gieting voor zijn rekening en Pieter de Beckere de vergulding. Het praalgraf van Karel is het werk van Jacques Jongelinck.

© BVL 

Mariastraat, Brugge
Ma-Za 9:30-17u, Zo 13u30-17u
Betalend
www.museabrugge.be

Historium (c) Historium

10. Zin in meer laatmiddeleeuws Brugge?

Sint-Jacobskerk: vroeg gotische bakstenen kerk die dankzij giften van o.a. de Bourgondisch hertogen vanaf 1457 kon worden verbouwd en uitgebreid. (Sint-Jacobsplein, Brugge) 
Gebouwen van het Brugse Vrije: van hieruit werd het platteland rond Brugge bestuurd, het zogeheten Brugse Vrije. Mis zeker niet de pronkschouw uit 1528, een indrukwekkend eerbetoon aan Karel V. (Burg, Brugge) 
Bloedkapel: De relikwie van het Heilig Bloed, die door kruisvaarder (en graaf) Diederik van de Elzas naar Brugge zou zijn gebracht, wordt hier bewaard in de Heilig-Bloedkapel. Het onderste romaanse gedeelte dateert uit de twaalfde eeuw, het geheel werd gerestaureerd en verbouwd in de zeventiende eeuw, maar straalt vandaag toch vooral zijn negentiende-eeuws neogotische aankleding uit. (Burg 13, Brugge) 
Historium: Geschiedenis en virtual reality komen hier samen op een steenworp van het belfort.  (Markt 1, Brugge)
Prinsenhof: na meerdere verbouwingen en restauraties nu een luxe-hotel (hotel Duke’s Place) maar destijds de residentie van de Vlaamse graven en Bourgondische hertogen, de plek ook waar zowel Filips de Goede als Maria van Bourgondië hun laatste adem uitbliezen. (Ontvangersstraat 9, Brugge)
Terug naar boven