Gent

door Bart Van Loo, auteur van De Bourgondiërs

Gent

Sint-Baafs (c) Miguel Rodríguez

1. Lam Gods - Sint-Baafs

Op je tocht door het Bourgondische Vlaanderen mag deze halte onder geen beding ontbreken. Hier hangt een van de beroemdste schilderijen aller tijden. Omdat Joos Vijd en Elisabeth Borluut geen kinderen hadden, en ze toch van een soort van eeuwigheid droomden, kwamen ze op het idee om in hun kapel in de Sint-Janskerk het nog altijd grootste veelluik uit de Lage Landen te hangen, en om die opdracht te geven aan de grote Hubert van Eyck.  De Vijds zijn aardig op weg in hun opzet te slagen: de eeuwigheid is nog lang, maar bijna zes eeuwen later hebben we nog altijd de mond vol van het Lam Gods. 

Lam Gods Gent (c) Lukasweb.be - Art in Flanders

Toen Hubert stierf nam zijn broer Jan het van hem over. De hofschilder van Filips de Goede kreeg van zijn hertog nu en dan vrij om opdrachten te aanvaarden van leden van de stedelijk elite. Van Eyck experimenteerde met de nieuwe uitvinding van de olieverf en slaagde erin om de kleuren meer te laten oplichten dan voorheen, ja, om er zelfs diepte in te leggen. Door zijn onwaarschijnlijke beheersing van lichtinval en slagschaduw leek het of hij met de werkelijkheid kon wedijveren. We moeten ons voorstellen hoe de aanwezigen op 6 mei 1432 zich de ogen uit het hoofd moeten hebben gekeken. Hoe ze ten prooi vielen aan een fotografische illusie. Het blauw van de lucht was lumineuzer, het goud was niet meer die vergulde schittering als bij zijn voorgangers, maar leek op echt goud. Ze konden de wratten op het gezicht van opdrachtgever Joos Vijd tellen en de kraters op de maan als het ware aanraken. 

Door overschilderingen uit de voorbije eeuwen was er een misleidende kleurenfilter over het Lam Gods komen te liggen. Dankzij een indrukwekkende recente restauratie is die helemaal verdwenen. Wat u nu ziet, is niet minder dan een historische sensatie en komt zo dicht als mogelijk overeen met wat Jan van Eyck, Joos Vijd, Elisabeth Borluut en Filips de Goede in 1432 zelf aanschouwden.

© BVL / MEER

Sint-Baafsplein, 9000 Gent
Betalend
sintbaafskathedraal.be (openingsuren)

Groot Vleeshuis

2. Het Groot Vleeshuis

De Gentse vleeshouwers hadden al halverwege de dertiende eeuw een eerste vleeshuis: daar kwamen alle verkopers naar toe omdat de verkoop thuis was verboden. Hier kon men controle op prijs en kwaliteit uitvoeren. Elke zichzelf respecterende stad had minstens één vleeshuis. Het allereerste huis in Gent was van hout en bij aanvang van de vijftiende eeuw in zo’n deplorabele staat dat men in 1407 - het jaar dat de Bourgondische hertog Jan zonder Vrees in Frankrijk een burgeroorlog ontketende en tijdelijk onderdak in Vlaanderen zocht - een veel groter pand liet bouwen, zo ruim dat elk ambachtslid over een eigen vleesbank kon beschikken. 

Terwijl hun Parijse collega’s een belangrijk aandeel hadden in de bloedige burgeroorlog, kon de gilde van de Gentse vleeshouwers rustig doorgroeien. Hun stad was al in de loop van de dertiende eeuw uitgegroeid tot de op Parijs na grootste stad boven de Alpen, goed voor 65.000 inwoners. Het spreekt voor zich dat in deze metropool nogal wat vlees werd verzet. 

In de negentiende eeuw verhuisden de beenhouwers naar een nieuw pand… en kwam het zogeheten Groot Vleeshuis leeg te staan. In de loop van de twintigste eeuw werd het gerestaureerd en godzijdank van de ondergang gered. Vandaag kun je hier nog de sfeer van weleer opsnuiven… en tegelijk een blik werpen op een fijne selectie van Oost-Vlaamse streekproducten. 

© BVL / MEER

Groentenmarkt 7, 9000 Gent
Di-Zo 10-18u
Vrije toegang
www.grootvleeshuis.be

Gravensteen

3. Gravensteen

Dit onvervangbaar onderdeel van de Gentse skyline voert ons terug naar de periode voor de Bourgondiërs, naar de twaalfde eeuw toen graaf Filips van de Elzas de scepter zwaaide in Vlaanderen; de Bourgondische hertog Jan zonder Vrees stamde langs moederszijde af van diens zus Margaretha van de Elzas. Na een ongelukkige ervaring als kruisvaarder keerde Filips in 1178 vanuit Constantinopel huiswaarts om vast te stellen dat Gentse patriciërs tijdens zijn afwezigheid het afgesproken stadskeure ten bate van henzelf hadden aangepast. 

Bij wijze van statement liet de graaf in het centrum van de stad een gigantisch bolwerk in Doornikse steen optrekken. Naast het nieuwe Gravensteen verzonken de patriciërswoningen aan de overkant in het niets en werd zonneklaar wie het in Vlaanderen voor het zeggen had. Het kasteel torende uit boven andere hoge gebouwen die van Gent het Manhattan van de twaalfde eeuw maakten. Vandaag wappert op het donkere bouwwerk nog altijd de geel-zwarte Vlaamse vlag die Nederlandstalig België aan Filips van de Elzas heeft te danken. 

© BVL / MEER

Sint-Veerleplein 11, 9000 Gent
Ma-Zo 10-18u
Betalend
historischehuizen.stad.gent

Dulle griet - Tijl Vereenooghe

4. Dulle Griet

De middeleeuwse kanonnen, ook wel bombarden genoemd, werden in de loop der tijden steeds groter en brachten een nieuwe logistiek met zich mee. Je hoeft maar te denken aan De Dulle Griet, die heden ten dage vreedzaam staat te pronken bij de Gentse Vrijdagmarkt, om te beseffen hoeveel extra mankracht en lastdieren zo’n superkanon vergde. Dit monster van meer dan twaalf ton dateert uit de tijd van Filips de Goede (ca. 1430) en kon een kanonskogel van 300 kilo afvuren. 

Als dit ‘steengeschut van wonderbare grootte […] werd afgeschoten, hoorde men dit overdag wel vijf uur ver en ’s nachts tien,’ zo stelde een kroniekschrijver, ‘en het rommelend gebrom was bij het afschieten zo groot dat het scheen dat alle duyvelen der helle op weg waren.’ 

Een gevaarte als De Dulle Griet kon je onmogelijk snel naar links of rechts draaien. Het richtingsmechanisme zou trouwens pas bij aanvang van de zestiende eeuw worden uitgevonden, maar als het aankwam op het slechten van stadswallen waren ze eerder al van onschatbare waarde.

© BVL / MEER

Grootkanonplein, 9000 Gent
visit.gent.be

Prinsenhof - (c) Ignace Van der Kelen

5. Prinsenhof

Het concept van hoofdstad zoals wij dat kennen, is niet echt van toepassing op de Bourgondische periode. De belangrijkste steden waren veeleer hofsteden, plekken waar het hertogelijk bestuur zich had gevestigd. Nu eens verbleven de hertogen zich in Brugge of Gent, dan weer in Dijon of Rijsel, op de duur steeds vaker in Brussel terwijl Karel de Stoute uiteindelijk voor Mechelen koos. Als ze in Gent waren, logeerden ze in het Prinsenhof, ook wel het Hof ter Walle genoemd, een door de Vlaamse graaf Lodewijk van Male - schoonvader van de eerste Bourgondische hertog Filips de Stoute - omgebouwd slot dat sindsdien dienstdeed als residentieel paleis. Het Gravensteen, een grijs gevaarte met even dikke muren als naargeestige vertrekken, in 1180 gebouwd door Filips van de Elzas, werd te weinig comfortabel geacht en fungeerde nu als rechtbank en gevangenis.

Vanaf 1411 installeerde Jan zonder Vrees zijn vijftienjarige zoon Filips in het Gentse Prinsenhof als permanente vertegenwoordiger in Vlaanderen. Het is daar dat hij acht jaar later vernam dat zijn vader op bloedige wijze werd vermoord en hij van de ene dag op de andere de nieuwe hertog van Bourgondië en tegelijk de kersverse graaf van Vlaanderen was geworden. Zijn kleindochter Maria van Bourgondië vernam hier het tragische einde van haar vader Karel de Stoute in januari 1477. Haar huwelijk met Maximiliaan van Oostenrijk zou er in de zomer van datzelfde jaar worden ingezegend. En in 1500 zou de laatste Bourgondiër hier worden geboren: Maria’s beroemde kleinzoon Karel, die later zou heersen over een rijk waar de zon nooit onderging. 

Vandaag schiet er helaas niet veel meer over van dit met zoveel geschiedenis beladen gebouw, enkel de noordpoort staat nog overeind (men spreekt nu van ‘Het Donkere Poortje’). Bedenk dat naast al die vernoemde hoogwaardigheidsbekleders naar alle waarschijnlijkheid op een dag ook Jan van Eyck door deze poort moet zijn gelopen. Misschien wel op 6 mei 1432, op de dag van de inauguratie van het Lam Gods.   

© BVL / MEER

Prinsenhof, 9000 Gent
visit.gent.be

Terug naar boven