Ieper (c) Westtoer

door Bart Van Loo, auteur van De Bourgondiërs

Ieper

Lakenhallen

1. Lakenhallen

Dankzij de ontbossing, drooglegging en goed georganiseerde inzet van diverse bevaarbare waterwegen zou het graafschap Vlaanderen in een razend tempo verstedelijken en uitgroeien tot de dichtstbevolkte regio van West-Europa. Rond 1200 woonde een kwart van de bevolking in een stad en lagen de steden hoogstens een kleine dagmars — ongeveer vijf uur lopen — uit elkaar, een situatie die je nergens anders in Europa aantrof. In de eerste helft van de volgende eeuw telde Ieper 30 tot 40.000 inwoners en Brugge 45.000 inwoners, in Gent liep het bevolkingscijfer op tot boven de 60.000. Zij zijn veruit de drie grootste centra.

De stedelingen schaamden zich niet voor hun rijkdom. Zo werd in Ieper in 1230 de eerste steen van de monumentale lakenhalle en het belfort gelegd. De lakenhalle kan je gerust als een seculiere kathedraal beschouwen: hiermee zegden Ieperlingen dat niemand, ook letterlijk, nog naast hen kon kijken. Het hier massaal geproduceerde en verhandelde laken had niets te maken met bedden- of tafelgoed, maar was een, dankzij de vele bewerkingen erg soepele vervilte wollen stof in de mooiste kleuren, waaruit slijtvaste luxekledij werd gemaakt.  Vanaf de 15de eeuw kreeg het dure Ieperse laken steeds meer concurrentie te verduren van kleinere, veel minder verfijnde en dus goedkopere lakenproducenten. In de 17de eeuw verdween de Ieperse lakenproductie compleet.

Het ronduit indrukwekkende gebouw zou begin vijftiende eeuw stilaan veel te groot worden: een economische crisis, opeenvolgende pestepidemies én een vreselijke belegering hadden het bevolkingscijfer in 1491 tot 7.600 doen dalen. Maar de Lakenhal en haar belfort zouden het trotse symbool van Ieper blijven en na de vernietiging tijdens W.O. I helemaal tot in de kleinste details worden heropgebouwd.  

© BVL / MEER

Grote Markt, 8900 Ieper
www.toerismeieper.be

Ieper, Stadsomwalling (c) Westtoer

2. Stadsomwalling 

De zogeheten Bourgondische vestingmuur werd opgetrokken tussen 1388 en 1409. Men begon er dus aan onder Filips de Stoute, maar pas diens opvolger Jan zonder Vrees kon de afgewerkte bakstenen muur met hoge torens bewonderen. Door het succes van de lakenindustrie was in de loop van de dertiende eeuw een verzameling nieuwe wijken (voorgeborchten) ontstaan die bij de oude stad lagen als biggen bij een zeug.  

Kort na de Guldensporenslag van 1302 kreeg Ieper een nieuwe, veel ruimere omwalling die ook de Ieperse voorgeborchten omvatte, de zogenaamde Uterste Veste. Dit groeiproces tot een volwaardige grootstad werd brutaal afgebroken toen de Engelsen, ondersteund door Gentse stadsmilities, vanaf 9 juni 1383 de stad gedurende 9 weken belegerden in wat je een merkwaardige episode van de Honderdjarige Oorlog tussen Frankrijk en Engeland kunt noemen. De Vlamingen, en zeker de stad Ieper met haar bloeiende lakenindustrie, zaten telkens knel tussen hun feodale trouw aan de Franse koning en het belang van de Engelse wol voor de lakenindustrie. Toen bleek dat die Uterste Veste veel te omvangrijk was om te verdedigen, beslisten de Ieperlingen zich met z’n allen terug te trekken achter de 13de eeuwse vesting rond het oude centrum.

Het werd een vreselijk beleg waarbij de buitenwijken helemaal werden vernield, maar het uitgehongerde Ieper gaf geen krimp. Dankzij een meesterkanonnier uit Oudenaarde slaagden ze er bijtijds in zich te bewapenen zodat ze het vijandelijk geschut niet alleen met pijlen maar ook met kanonbollen van Brabantse steen konden beantwoorden. Diezelfde man voorzag de stadswallen op strategische plekken van met sulfer, pek en olie gevulde kookketels. Telkens soldaten een poging ondernamen de verschansingen te beklimmen, zouden ze het goedje over zich heen krijgen. Pas op 10 augustus 1383 trokken de Engelse en Gentse troepen zich terug nadat de beloofde Frans-Bourgondische troepen eindelijk op komst waren. Maar tot vandaag trekt elke eerste zaterdag van augustus een dankstoet uit om te herdenken dat het vurig bidden tot de Moeder Gods de stad destijds van Engelsman en hun Gentse trawanten wist te vrijwaren: de ‘ommegang’ met het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Thuyne. De stad werd gered, maar de economische kracht van Ieper was voorgoed gebroken.

Nadat de Spaanse Habsburgers in de loop van de 17de eeuw de Bourgondische vestingen al van voorversterkingen hadden voorzien, zou de Franse maarschalk en bouwmeester Vauban vanaf 1678 de Bourgondische omwalling grondig onder handen nemen, al behield hij waar hij kon delen van de bestaande vesting. Vooral in het zuidwesten en noordwesten van de stad bleef een deel van de oude vesting bestaan. 

© BVL / MEER

www.toerismeieper.be/vestingroute-nl

Terug naar boven