Kortrijk

door Bart Van Loo, auteur van De Bourgondiërs

Kortrijk

Onze-Lieve-Vrouwekerk (c) Toerisme Kortrijk

1. Onze-Lieve-Vrouwekerk

Op 11 juli 1302 hakten Vlaamse ambachtsmilities en boerenkrijgers het Franse koninklijke leger bij Kortrijk in mootjes. Het ‘volc te voet’ zegevierde over de cavalerie, die zich vastreed in hun voorvaderlijke moerassen. De op het slagveld buitgemaakte gouden sporen hingen voortaan als blinkende oorlogstrofeeën in de Kortrijkse Onze-Lieve-Vrouwekerk, die op dat moment ongeveer een eeuw oud was. 

Vlamingen zijn deze Guldensporenslag nooit vergeten, en kunnen dat ook niet meer sinds deze elfde juli het in 1973 tot feestdag van de Vlaamse Gemeenschap schopte. Wat we wel vergaten, is hoe de Fransen (samen met de Bourgondiërs) in 1382 hun gram haalden, en de rond de Gentse Filips van Artevelde verzamelde Vlaamse troepen in de pan hakten bij Westrozebeke. Die datum hebben we zorgvuldig uit ons collectief geheugen gewist: Kortrijk werd leeggeplunderd, grotendeels platgebrand en - hoe symbolisch - de vijfhonderd gulden sporen die als een relikwie van het wonder uit 1302 al acht decennia in de gewelven van de Onze-Lieve-Vrouwekerk hingen, werden door de Fransen verwijderd. Toch zie je vandaag gulden sporen hangen in de kerk: het zijn kopieën die in 1952 werden aangebracht, exact 650 jaar na de Guldensporenslag.

Besef bij het betreden van deze kerk dat dichter Guido Gezelle hier van 1872 tot 1889 onderpastoor was, en dat ter plekke nog altijd de relikwie van het Heilig Haar wordt bewaard - ja, een plukje haar dat van Christus zou zijn geweest. Het werd door graaf Filips van de Elzas meegebracht uit Jeruzalem na afloop van de derde kruistocht. Deze Filips was de oom van de Vlaamse graaf Boudewijn I van Constantinopel, de man die de opdracht gaf tot het bouwen van de Onze-Lieve-Vrouwekerk. 

Wie meer wil weten over de Guldensporenslag kan terecht in het museum Kortrijk 1302. Bij de kerk van Staden staat dan weer sinds 1982 – toen men de zeshonderdste verjaardag van de slag bij deelgemeente Westrozebeke herdacht – een standbeeld van de destijds gesneuvelde Filips van Artevelde. Een werk van Frans Corneillie. 

© BVL / MEER

Deken Zegerplein 1, 8500 Kortrijk
Ma-Vr 8-18 u., Za 9-18 u., Zo 11-18u
Vrije toegang
www.kortrijk.be

Gravenkapel (c) Toerisme Kortrijk

2. Gravenkapel

De Bourgondische geschiedenis van onze gewesten nam een aanvang toen de Bourgondische hertog Filips de Stoute op 19 juni 1369 trouwde met Margaretha van Male, dochter van de Vlaamse graaf Lodewijk van Male. Deze Lodewijk liet tegen de Kortrijkse Onze-Lieve-Vrouwekerk een gravenkapel bouwen. De werken begonnen wellicht kort voor 1370. Hier had Lodewijk, die stierf in 1384, zijn praalgraf voorzien. Toch koos hij uiteindelijk voor de Rijselse Sint-Pieterskerk, naar alle waarschijnlijkheid omdat de Fransen en Bourgondiërs in 1382 na afloop van de slag bij Westrozebeke de kapel hadden geplunderd en beschadigd. Ze werd in 1410 hersteld. 

Wat deze kapel vandaag zo opmerkelijk maakt zijn de panelen met de portretten van de graven van Vlaanderen. Een eerste lange reeks (tot en met Lodewijk van Male zelf) werd meteen in het begin vervaardigd, later zetten beroemde schilders zoals Ieperling Melchior Broederlam het werk verder. Helaas maakte de Franse bezetter in 1678 van de kapel een graanmagazijn en verwoestten ze grotendeels de schilderijen. Die werden in de negentiende eeuw op een typisch voor die tijd nogal romantische wijze gerestaureerd. Het neemt niet weg dat iemand die er prat op gaat alle Vlaamse graven op een rijtje te kunnen zetten, hier zijn kennis aan de praktijk kan toetsen. Uiteraard zal hij dan ook de vier Bourgondische hertogen treffen, de nieuwe graven van Vlaanderen na Lodewijk van Male.

© BVL / MEER

Deken Zegerplein 1, 8500 Kortrijk
Ma-Vr 8-18 u., Za 9-18 u., Zo 11-18u
Vrije toegang
www.toerismekortrijk.be

Historisch stadhuis (c) Toerisme Kortrijk

3. Stadhuis

Wie na een bezoek aan de Gravenkapel niet genoeg krijgt van Boudewijn met de IJzeren Arm, Filips van de Elzas en Lodewijk van Male moet spoorslags naar het Kortrijkse stadhuis. In de nissen van de gevel kun je veertien beelden van de Vlaamse graven ontwaren, al dateren die ook allemaal uit de negentiende eeuw. De geschiedenis van eeuwenoude gebouwen valt nu eenmaal altijd uit elkaar in meerdere fasen. 

Het oorspronkelijke scepenhuus verdween volledig in de vlammenzee die de Fransen na de slag bij Westrozebeke over Kortrijk hadden afgeroepen. Onder Jan zonder Vrees kwam er een nieuwe hooggotisch gebouw waarvan alleen hier en daar nog wat spitsbogen zijn overgebleven, o.a. in de hal beneden. In 1520, intussen leven onze contreien onder Karel V, wordt het stadhuis uitgebreid en krijgt het grotendeels de vorm die we nu kennen. De zandstenen schoorsteen uit de Raadzaal is een pronkstuk van stenen kantwerk waarin we de gedaante van keizer Karel kunnen terugvinden. 

© BVL / MEER

Grote Markt 54, 8500 Kortrijk
juli-aug 13-17u
Vrije toegang
www.toerismekortrijk.be

Broeltorens (c) Toerisme Kortrijk

4. Broeltorens

De befaamde Broeltorens bepalen in hoge mate de Kortrijkse skyline. Hun naam is afgeleid van bruul, een braakliggend, vaak moerassig stuk land. De oudste dateert uit 1385, het eerste jaar van de regering van Filips de Stoute, de andere uit 1415, het tijdperk van diens zoon Jan zonder Vrees. Ze vormen een overblijfsel van de middeleeuwse stadsomwalling. In het gezelschap van een gids kun je ze bezoeken en even terugreizen naar de tijd dat het graafschap Vlaanderen onder Bourgondisch bestuur kwam. 

© BVL / MEER

Broelkaai, 8500 Kortrijk
www.toerismekortrijk.be

Halletoren en grote mark (c) Toerisme Kortrijk

5. Belfort 

Na de slag bij Westrozebeke in 1382 gingen de Fransen met de gulden sporen uit de Onze-Lieve-Vrouwekerk aan de haal. De Bourgondiërs hadden gestreden aan de zijde van de Fransen, en hertog Filips de Stoute eiste een merkwaardige oorlogstrofee op. Het zorgvuldig demonteren van de fraaie belfortklok was een minstens even symbolische daad als het weghalen van de gulden sporen. Voortaan zou de hertog van Bourgondië bepalen hoe de uren vergleden in Vlaanderen. Een stoet van ossenkarren transporteerde het technisch wonder naar Dijon, waar de zogeheten Jacquemart — de naam van de mechanische pop die het uur slaat — in de eenentwintigste eeuw nog steeds vanaf de Notre-Damekerk de tijd in goede banen leidt. 

Na Westrozebeke lieten de Kortrijkzanen een nieuw uurwerk installeren. Sindsdien heetten de nieuwe uurslagers Manten en Kalle, de eerste slaat vandaag nog altijd het uur, de tweede het halve uur. Van de toren die er nu staat dateert enkel het onderste gedeelte nog uit de tijd van Filips de Stoute, onder zijn opvolger Jan zonder Vrees werd de toren grotendeels vernieuwd. Later in de vroege zestiende eeuw kreeg het na nog een verbouwing grotendeels zijn huidige aanzicht. De Mante en Kalle die we nu zien dateren dan weer uit 1961. 

© BVL / MEER

Grote Markt, 8500 Kortrijk
Niet toegankelijk
www.toerismekortrijk.be

Terug naar boven